Snurken en de link met ademgewoonte
Snurken is een veel voorkomende klacht. Het zou gaan om ongeveer 25-50% bij mannen en 15-30% bij vrouwen.
Snurken is vooral irritant voor degene die naast de snurker ligt denk je misschien. Zo staat mijn vriend in de ochtend blij op en ben ik geïrriteerd dat ik moeilijk in slaap kon vallen door die herrie. Ik overdrijf hier want hij snurkt maar een heel klein beetje, gelukkig. En dankzij mijn kennis als ademcoach hebben we de oplossing gevonden, daarover straks meer.
Snurken heeft een duidelijke link met je ademgewoonte. Zoals je overdag ademt, heeft invloed op hoe je ’s nachts ademt. En als je ademhaling verstoord is kan dit je slaap verstoren. Je merkt dat aan problemen zoals:
- slapeloosheid
- onrustig slapen
- snurken en apneu
- nachtmerries
- ‘s nachts naar het toilet moeten
- vermoeidheid
- droge mond
Dat zijn dus meerdere klachten en snurken is hierin een van de symptomen in plaats van een losstaand gegeven.
Het kan zijn dat je deze symptomen niet linkt aan hoe je ademt. En wat zou er niet goed zijn aan je ademhaling? Dat gaat toch vanzelf?
‘Snurken ontstaat wanneer een groot volume van de lucht door een smalle ruimte passeert, waardoor turbulentie in de neus, mond of achterkant van de keel optreedt. Er zijn twee redenen waarom dit kan gebeuren: of de snurker ademt te hard tijdens de slaap, of de bovenste luchtwegen – de neus, mond en keel – is te smal’ (uit: – Ademhaling: de grote genezer – Patrick McKeown&Dennis Huizinga)
Je kunt je dus proberen de ruimte te vergroten zoals een neusverwijderaar gebruiken of chirurgische ingrepen ondergaan.
Je kunt je ook richten op het volume van de lucht en de snelheid van het ademen:
Om dit te demonstreren vraag ik je om opzettelijk een snurkgeluid te maken. Door je mond of door je neus. Adem nu langzaam in en probeer opnieuw het snurkgeluid te maken. Je zult merken dat dit veel lastiger is. Langzaam en licht ademen kan daarom de oplossing zijn tot minder snurken of er helemaal mee ophouden.
Als je ligt en als je slaapt gedragen de luchtwegen zich anders dan overdag. Je tong zakt bijvoorbeeld naar achteren, je mond valt open. De zwaartekracht is anders als je ligt. Maar ook dan maakt de manier van ademen verschil. En in een volgende post meer over hoe je kunt zorgen dat je ’s nachts door je neus ademt.
Hoe kun je nu langzamer ademen? En zouden we te snel ademen?
Stress, astma, angsten, (overdag) door de mond ademen of een te hoge ademhaling veroorzaken sneller en/of meer ademen dan dat we op dat moment nodig hebben. We noemen dat chronische hyperventilatie.
Het punt is dat je niet door hebt dat je zoveel ademt, maar het veroorzaakt wel een waaier aan vage klachten zoals een opgeblazen buik, vermoeidheid, snel hijgen, een hoge hartslag en dus ook verstoring van de slaap en snurken.
Misschien herken je deze klachten of herken je jezelf als iemand die zich snel opwindt, snel zenuwachtig is of als iemand die altijd erg z’n best doet en zichzelf daarin wel eens voorbij rent. Dan is het interessant om eens te observeren of je vaak of hoog ademt.
Het goede nieuws is dat je hier iets aan kunt doen. Je kunt jezelf trainen om minder te ademen en dat zal leiden tot, gek genoeg, een beter zuurstofopname. Het kan dus geen kwaad het uit te proberen. Het zal niet in alle gevallen leiden tot stoppen met snurken, omdat obstructie dus ook een oorzaak is. Maar de onderzoeken hiernaar laten zien dat het veel invloed heeft dus wie weet helpt het jou ervan af. Of je partner.
Hoogstens 2×10 minuten per dag, soms is 2×5 of 1×10 ook voldoende, is voldoende om jezelf te trainen om minder te ademen. Daarover in de volgende blogpost meer.
Een ander hulpmiddel is om de weg weer terug te vinden naar een ademhaling waarbij je je middenrif optimaal gebruikt. Ik vind het lastig om er goede woorden voor te vinden en noem het daarom een ademhaling waarbij je je gehele romp gebruikt en niet alleen je borstkas of je buik. Je ademt dan vanzelf rustiger en de zuurstofopname is efficiënter.